MENU

Door: DuurzaamMOED, 7 augustus 2017


In gesprek met bedrijven in Hart van Brabant over de energietransitie

Regio Hart van Brabant wil in 2050 energieneutraal zijn en om deze doelstelling te halen, moeten flinke stappen worden gemaakt. Daarbij is een grote rol weggelegd voor het bedrijfsleven in de regio.

Tijdens een interviewronde met een tiental regionale bedrijven, allemaal koploper op het gebied van energiemaatregelen, zijn behoeften en belemmeringen in beeld gebracht en is een antwoord gezocht op de vraag welke motieven een rol spelen bij het nemen van deze maatregelen. Daar kunnen lessen uit getrokken worden om de energietransitie in de regio verder te brengen.

De rol van bedrijven

Bedrijven vormen een belangrijke schakel in de energietransitie. Maar energie besparen en opwekken vormt niet de core business van de meeste ondernemers. Zo had in 2015 slechts vijf procent van het midden- en kleinbedrijf al daadwerkelijk geïnvesteerd in duurzame energie. Bij het opstellen van de energiestrategie voor Hart van Brabant blijkt ook dat het erg lastig is om bedrijven actief deel te laten nemen.

Motieven: niet omdat het moet, maar omdat het hoort (of loont)

Wat drijft een ondernemer om energiemaatregelen te nemen? Persoonlijke overtuiging blijkt bij de koplopers een belangrijk motief te vormen om energiemaatregelen te nemen. Duurzame bedrijfsvoering wordt door hen niet beschouwd als een noodzakelijk kwaad is, of uitsluitend een mogelijkheid om een groen imago te krijgen. Het is daadwerkelijk een manier van denken die gevolgen heeft voor het doen en laten van werknemers. Duurzaamheid zit verweven in het DNA van deze bedrijven.

Een ander motief dat een grote rol wordt toegeschreven is het willen geven van het goede voorbeeld aan andere bedrijven. Het willen geven van het goede voorbeeld hangt samen met een ander motief, namelijk een ervaren druk vanuit de sector of markt waarin men actief is. Een voorbeeld is de bouwsector, waarin bij aanbestedingen eisen worden gesteld op het gebied van duurzaamheid.

Verder spelen bedrijfseconomische mogelijkheden uiteraard een voorname rol als motief. Het kan dan gaan om zowel tastbare winst (omzetstijging, kostenbesparing) als niet-tastbare winst (imagoverbetering).

Wet en regelgeving

Een motief waarvan wellicht een belangrijke rol zou worden verwacht, is wet- en regelgeving. Bedrijven moeten zich houden aan bestaande wet- en regelgeving of nemen juist maatregelen om toekomstige wet- en regelgeving te voorkomen. De praktijk wijst anders uit. De koplopers stellen zelfs dat wet- en regelgeving in de huidige vorm een tegengesteld effect heeft. Zo wordt gewezen op het paradoxale gegeven dat een bedrijf als grootverbruiker van elektriciteit een lager tarief heeft dan een bedrijf dat minder verbruikt. Doordat je relatief weinig betaalt voor stroom, ontstaat er geen prikkel om te besparen op energieverbruik. Ook heeft wet- en regelgeving niet het gewenste effect, omdat het te beperkt is. De prijs die bijvoorbeeld nu wordt betaald voor CO2-uitstoot wordt een ‘lachertje’ genoemd en moet omhoog.

Behoeften en belemmeringen

In de samenvatting van het onderzoeksrapport > staat helder beschreven welke behoeften er zijn vanuit de ondernemers. Bijvoorbeeld op het gebied van wet- en regelgeving en communicatie vanuit beleidsmakers.

Enkele Aanbevelingen

Voor beleidsmakers:

  • Laat bedrijven vanaf een bepaalde grootte en/of energieverbruik commitment aan regionale energiedoelstellingen uitspreken;
  • Geef bedrijven letterlijk een regionaal podium in de vorm van een platform om hun eigen verhaal te doen en daarmee een voorbeeldrol voor andere bedrijven te vervullen;
  • Stimuleer kennisdeling tussen bedrijven onderling door diversiteit aan te brengen in de samenstelling van bijeenkomsten en werkgroepen.

Voor bedrijven:

  • Breng je eigen huidige energieverbruik en toekomstige energiebehoefte zo uitgebreid mogelijk in kaart, zodat kansen inzichtelijk worden;
  • Maak als bedrijfsleven en regionale overheid samen een vuist tegen de paradoxale rol van wet- en regelgeving.

Onderzoek door: Luuk Muller, junior adviseur bij ERAC. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van zijn masterscriptie Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen 2017.

Plaats uw reactie