MENU

Door: Michael Doove, 28 januari 2020


Gerard Bruijniks: “MOED is voor mij de verkondiger van de duurzaamheidsgedachte.”

Gerard Bruijniks is wethouder in de gemeente Loon op Zand en bestuurslid van Stichting MOED. Zijn rol daarbij is om te kijken naar de continuïteit van MOED op de langere termijn. Hoe hij dat voor zich ziet? Gerard: “De kracht van MOED ligt in het enthousiasmeren van early adaptors, op plekken zijn waar het gaat gebeuren en bedrijven ontzorgen en ondersteunen. Dat moet ze blijven doen.”

MOED als pioniersorganisatie

Volgens Gerard is MOED een echte pioniersorganisatie: “Ze maakt bedrijven bewust dat er iets moet gebeuren en zet aan tot actie, zonder zich te bemoeien met de transitie zelf of met uitvoering van bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens. De kracht van MOED ligt in het samenwerken met de early adaptors, zoals bij de Green Deals op de industrieterreinen.”

Kijkend naar de energietransitie ziet Gerard dan ook kansen voor MOED: “De transitie bevindt zich nog altijd in de ontwikkelingsfase, en de betrokken partijen hebben veel vragen en onzekerheden. MOED kan het gesprek aangaan om te zorgen dat de beweging op gang komt. Ik vind het daarbij heel mooi dat overheid, ondernemers en onderwijs binnen het team heel goed samenwerken met elkaar. Die aanpak kan wel eens een blauwdruk kunnen worden voor heel veel andere projecten.”

Regionale energiestrategie

Gerard is ook bestuurlijk opdrachtgever van de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) in de regio Hart van Brabant. Hierin staan plannen voor grootschalige opwek van duurzame energie, mogelijkheden voor het duurzaam verwarmen van huizen en een visie op klimaatadaptatie. Gerard: “Er ligt een gigantische transitieopgave waarover ook veel gesproken moet worden met de omgeving. Iemand moet dat gesprek gaan voeren en kijken naar belangen van buurten of bedrijven. Dat moet je niet als overheid gaan doen, want je bent als planmaker met een belang per definitie verdacht. Je wilt een robuuste en verbindende partij die de belangen van de omgeving bij elkaar brengt. Daar ligt een kans voor MOED.”

Hoe de organisatie dat moet aanpakken, daar is Gerard helder over: “Afwachten is geen goede zaak. Als iedereen in zijn eigen kamertje blijft zitten en in zijn eigen kelder aan het ontwikkelen is, dan komt er gaan samenhangend plan uit. MOED moet dus zelf initiatief nemen en aankloppen met concrete ideeën. Early adaptor zijn betekent immers ook uit je kelder kruipen en je nek uitsteken om de dialoog aan te gaan.”

Van Efteling tot Kwatrijnstal en geitenhouders

Op de vraag of er concrete projecten waar Gerard als wethouder trots op is, reageert hij enthousiast: “Zeker! Soms doet de omgeving iets sneller dan je als gemeente kan. Dat is goed, en daar ben ik trots op. Kijk naar de Kwatrijnstal, een innovatieve en energieneutrale melkveestal. Zij willen zonnepanelen op hun dak met een energieroos. Binnen 14 dagen was het volledig gecrowdfund. Ik heb ook een geitenhouderij die zijn daken volledig gaat verglazen voor zonnepanelen. Of de Efteling, die wil in 2030 energieneutraal zijn en komt zelf met een plan. Moet ik daar iets aan doen? Nee, ik sta erbij en ik kijk ernaar. Dat maakt mij trots, fantastisch toch?”

Op de vraag hoe dat komt, is Gerard duidelijk: “Zorg dat mensen enthousiast worden, dan kan zo’n maatschappelijke omgeving veel meer dan wij denken. Want ze hebben er zelf ook een belang bij: de Efteling is een natuurpark, dan wil je toch duurzaam zijn? Of de agrariër, die nu een nieuw verdienmodel heeft en minder afhankelijk is van zijn vee. Je wilt mensen dus triggeren om in hun belang zelf iets te gaan doen. Soms moet je daarvoor een speldenprikje uitdelen, even mensen activeren om de verandering in gang te zetten. Daar zie ik voor MOED een kans: niet de transitie overnemen, maar simpelweg de duurzaamheidsgedachte verkondigen.”